Lezingen en publicaties


Lectures and publications are in Dutch and English.

General content & context

Urban spaces are inextricably linked to the environment of our planet and there is a compelling case for building new cities and retrofitting or expanding existing ones in ways that work in harmony with nature, by linking ecological and human systems. The city can become an ecosystem that embeds nature and people as equal partners to help rebalance growing urbanisation. The objective is to achieve a city that works in equilibrium and balance with nature, rather than against it, to address the current excesses of urban living

As we move to a highly urbanised future characterised by uncertainty and risk, there is a need to prepare cities to embrace new global drivers as well as offer potential solutions to the problems cities will face as a result. It is imperative that new urban development avoids the mistakes of the past by taking opportunities to create exciting and challenging architecture within resilient cities that will protect the most vulnerable against climate change and social inequalities.


werkgebieden&thema's-lezingen(crop)20st eeuw planning modellen blijken ineffectief in het omgaan met de problemen van stedelijke groei. Zelfs wanneer toegepast op middelgrote steden, blijken traditionele modellen achterhaald. Verontrustend, dat de huidige stedelijke filosofie op gespannen voet staat met de werkelijkheid. Urban Bio-ecologie: Oplossingen voor de stedelijke vraagstukken van nu en de toekomst moetent de onvermijdelijk de technologische vooruitgang in evenwicht zijn met het ‘bio-ecologische’ en sociaal herstel van de natuurlijke omgeving. Bionic Urbanism is een alternatief voor de traditionele stedelijke modellen. Bionic Urbanism is gebaseerd op het bio-technologische axioma dat ‘de natuur deed het eerst en beter’, Een combinatie van natuurlijke, engineering en technische wetenschappen. Bionics heeft tot doel biologie, design en industriële technologie te overbruggen. Het overbruggen van structuren en processen in biologische fenomenen en dit toe te passen voor de ontwikkeling, verbetering en humanisering van de mensheid in een technologische omgeving.

Evidence does not suggest that there are fixed limits beyond which cities cannot grow—and grow productively. The only hurdle to the growth of urban centers is an inability to keep pace with, and manage, their expansion. Large urban centers are highly complex and demanding environments and resources that require a long planning horizon and extraordinary managerial skills. But that they stretch and might overstretch there thermodynamic limits is clear.

Without exception, as the impacts of anthropogenic climate change take hold, each of the world’s cities will become increasingly exposed to extreme meteorological and geological events.While the sustainability spotlight may currently shine on the threat of flooding and severe storm systems, these aren’t the only events we ought consider. Shifting weight-loads on the Earth’s crust, caused by melting glaciers and rising seas, could in theory trigger wide-scale seismic and volcanic activity. Our cities are built for a steady state world, but as climate change takes hold myriad indicators suggest our future will be anything but. 20% of the world’s cities are located in eruption hazard zones and a far greater percentage still are situated atop fault lines. Two thirds of the world’s cities are situated in coastal regions, many of which are woefully vulnerable to tsunamis.

The Bionic City is a model as an alternative to the current built environment paradigm. It all comes down to resilience. Whereas natural ecosystems adapt to comfortably accommodate the environmental changes brought about by the planet’s essential operating mechanisms, like biophysical, our systems are, on the whole, created either on the assumption that such events (for example) tectonic plate movements will not occur or that when they do we can divert the impacts.One of the most striking differences between man-made environments and natural ones is the fact humans veer towards off-the-peg solutions, whereas nature only ever opts for bespoke. Whereas man takes an architectural or planning concept and rolls it out universally with few, if any adaptations from site to site, nature carefully tailors its concepts to suit the specifics of individual locations. There is nothing accidental about our planet’s great biodiversity, which stems from this made-to-measure approach.Another key property of natural ecosystems is the ability to anticipate and prepare for significant environmental changes and potential threats. Where these events occur with relative frequency (i.e. annually), nature builds them into its lifecycles – for example several species of tree located in fire-prone regions, such as the cork oak, embed features including fire-retardant bark, enabling them to mitigate what could otherwise be a disastrous event.

We have much to learn from the world’s ecosystems, the Bionic City hypothesis/model is an attempt to answer the question and embed the solutions to many of the challenges humanity is facing. When we see things from nature’s perspective many of the proposed solutions to current and emerging built environment problems start to look rather risky.      In contrast to the sprawling mass of disconnected, static and inert structures that compromise today’s cities, a bionic city would instead operate as a seasonally adaptive collective of interconnected and interdependent shape-shifting, colour changing, dynamic architectures, that sensitive to their surroundings, fused to form a complex adaptive system in sync with the Earth’s natural processes. The city’s relationship with nature would be hand-in-glove, wherein ecosystem services and man-made bionic technologies engaged in symbiotic relationships spanning from the molecular to the metropolis in scale.


In de context van het Socio Ecologic Urbanism worden stromen van mensen, arbeid, kapitaal, grondstoffen en informatie van cruciaal belang. Deze levende maatschappelijke systemen omvatten de netwerken van mensen en hun organisaties, stedenbouw en architectuur, techniek, sociaal-culturele- en economische creativiteit en ecologische functies en fysiologische kwaliteiten. Kapitale waarden worden ‘teruggeploegd’ om externalisatie van kosten (milieu belasting, sociaal maatschappelijke ‘stress’ te reduceren en systemen te optimaliseren en ‘stromen’ (kapitaal, energie, grondstoffen, kennis, productie, effectiviteit en efficiëntie) te optimaliseren.

  • functioneren kringlopen
  • wederkerigheid in afhankelijkheidsrelaties (symbiotische relaties)
  • adaptief vermogen en veerkracht (resilience) in systemen
  • waardecreatie als basis voor evolutie/successie (cq economie).

Een transformatie van de huidige wijze van vernieuwen is nodig om de oude én de nieuwe vragen het hoofd te bieden. De effectiviteit en efficiëntie van ingrepen dient te worden vergroot en meer diverse ‘verdienmodellen’ moeten worden ontwikkeld bij veranderende verantwoordelijkheden.

Socio-ecologische ‘eco-efficiency’ gaat voorbij de one-way, lineaire stroom van materialen door middel van industriële systemen: grondstoffen worden gewonnen, omgezet in producten, en uiteindelijk afgevoerd. In dit systeem beogen milieuvriendelijke technieken uitsluitend het eindvolume, snelheid en toxiciteit van de materiaalstroom te verbeteren, maar zijn niet in staat tot het veranderen van de lineaire progressie. Sommige materialen worden gerecycled, maar vaak als een end-of-pipe oplossing, aangezien deze materialen niet zijn ontworpen om te worden gerecycleerd. Dit proces is eigenlijk downcycling, een downgrade in kwaliteit van het materiaal, dat de bruikbaarheid beperkt en onderhoudt de lineaire, cradle-to-grave dynamiek van de materiaalstroom-systeem.

De methoden uit de industriële tijd zijn hun validiteit aan het verliezen. De methoden zijn ook geperverteerd. Het kapitalistisch systeem is met name financieel gericht. In contrast, stelt het denken, ontwerpen en handelen volgens het concept van eco-effectiviteit de transformatie van de producten en de bijbehorende materiaalstromen, zodanig dat ze een ondersteunende relatie onderhouden met ecologische en sociale systemen en de toekomstige economische groei.. Het doel is niet om het minimaliseren van de wieg tot het graf stroom van materialen, maar een cyclisch metabolisme dat ervoor zorgt dat materialen hun status als grondstof behouden en een intelligente upcycling genereren. Dit leidt tot een inherent synergetische relatie tussen ecologische, sociale en economische systemen, een positieve herkoppeling van de relatie tussen economie en socio-ecologie.


dna-2(crop)Dynamisch, dramatische en onvoorspelbare veranderingen maken deel uit van het nieuwe besturingssysteem landschap voor het bedrijfsleven en de overheid. De zakelijke bestuurlijke modellen en strategieën uit het verleden werken niet langer en zijn zeker geen optie voor de toekomst.

‘Leren van de (onze) natuur’

Alle organismen op aarde worden geconfronteerd dezelfde fundamentele omstandigheden, en moeten om te overleven aan drie basisregels voldoen:

  • Sensitiviteit, reageren en aanpassen aan veranderende omstandigheden
  • Leven binnen de grenzen van ecologische systemen
  • Zelfvoorzienend

Door het proces van evolutie, heeft de natuur deze principes ontwikkeld die het organismen mogelijk maken om duurzaam te leven en te overleven tijden van radicale verandering. Succesvolle organismen zijn veerkrachtig, geoptimaliseerde, adaptieve ‘valuesbased life supporting’ systemen. Sociale structuren, die unieke complexiteit van de menselijke-gebaseerde systemen en organisaties hebben te voldoen aan dezelfde voorwaarden als alle andere levende wezens. Geïnspireerd door de natuur de principes en strategieën te verankeren voor innovaties, ontwerpen, producten en processen die leiden tot nieuwe en onvoorziene kansen voor draagkrachtige en weerbare socio-ecosystemen in tijden van snelle verandering.


Ecologic dynamics are composed of innumerable complex interconnected and interdependent systems and is continuously experiencing unpredictable events with cascading consequences. How does it survive and thrive under these pressure and stiluly? It builds resilience. Resilience is the ability to recover to more-or-less the same state after a disturbance. Resilience build into every level of every organism and system by embedding redundancy (functioning and responding in more than one way), being decentralized and distributed, and fostering diversity. This resilience-based approach for urban structures/development/dynamics allows recovery after unpredictable events, but also allows full leveraging of the unique individual and collective capacities of the urban diversity and extended value network and, as a result, becomes a driver for innovation


De huidige samenleving is er één, waarbij de diverse polen in economische concurrentie staan, maar tegelijk aangewezen zijn op samenwerking. Met name de toenemende verstedelijking, groei en economische positie van steden heeft een enorm effect op (het veranderen van) de complete ecologie van de planeet. Steden breiden zich nog steeds uit en raken meer en meer formeel en informeel met elkaar verbonden; ecologisch, economisch, financieel, sociaal, cultureel. Uitbreiding brengt ook gevaren met zich mee zoals kunnen zien als we kijken naar voortdurende, over elkaar rollende grote crises van de afgelopen jaren: klimaat, voedsel, water, grondstoffen, schulden, peak oil. De gemeenschappelijke wortel van deze crises is terug te brengen tot de ecologische en financiële grenzen die zijn overschreden zowel door overheden als door de vrije markteconomie.

De stad als motor voor sociale, economische, maar vooral ook ecologische verantwoordelijkheid hapert, stokt en dreigt tot stilstand te komen. Kunnen we steden, vitaal en ‘waardecreërend’ ontwikkelen bij een toenemende lastendruk? Wat als we de monetaire waarde van sociaal-maatschappelijke en economische vraagstukken op het gebied van gezondheid, onderwijs, armoede of uitsluiting betrekken bij de ontwikkeling en financiering? De kosten van ongelijkheid, armoede, onrecht moeten we niet alleen ‘in rekening’ brengen, maar dit als potentiële baten inbrengen.



Poverty and social exclusion are complex and multifaceted phenomena. They have different dimensions which are often interrelated and mutually-reinforcing. Typically, they refer to a situation in which several interlinked problems occur in combination. The multidimensionality of poverty and social exclusion can be experienced a form of poverty trap for a majority of their residents of cities. Slum dwellers may find themselves trapped in a low-skilled, low-income equilibrium as the continuous influx of rural migrants maintains wages at near-subsistence levels, hindering the investments in human capital that would be required to offset the adverse effects of slum living. Prevent dwellers within deprived neighborhoods and slums and across generations from seizing economic opportunities offered by geographic proximity to the city. Poverty traps are therefore neither temporary nor a short stop on the way to greater economic opportunities. Poor human capital and poor avenues for human capital investment in slum households may therefore lead to a lack of social mobility across generations of residents. Thus, making it questionable whether inhabitants meet the ‘critical thresholds’ in human capital required for the competitive forces of the labor market. Inhabitants are trapped in a low-skilled, low-income equilibrium as income at near-subsistence levels, exhibit dysfunctional institutions, low levels of physical capital, and poor access to developed services. Hindering the investments in human capital that would be required to offset the adverse effects of slum living. Cities do not have control over many of these deeprooted causes of poverty and social exclusion. However, cities can play an important role in alleviating, preventing and tackling social exclusion and poverty by taking flexible and innovative solutions at local level.

On the other hand the economy is expected to realize favorable growth during the first half of this century, but there is no guarantee. There is a possibility of a ‘middle-income trap’, which refers to a city that has realized rapid growth to become a middle-income city but is unable to grow further. A middle-income trap could occur not only if there is a delay in shifting the economy toward a productivity- driven structure, but also if there is a worsening of income distribution. As low-income households can less afford education and healthcare, they are less likely to engage in productivity driven industries. Accept and acknowledge slum uplifting and their importance for an abundance of educated and healthy workers is key for the development of a high value added and knowledge-based economy.


The city is fundamentally an organism and an ecosystem, formed by the flows of energy information and material through it. The city has a metabolism and a metabolic rate that can be mapped and understood like another organism, yet unlike natural systems, due to economic paradigms of continual growth and expansion the city evolves along a much faster timescale


Ik wens mijn (klein)kinderen een wereld waarin zij hun volledige potentieel kunnen ontwikkelen. Een wereld waarin zij zich veilig en welkom voelen, verliefd zijn, kunnen worden wie ze diep van binnen al die tijd al zijn. Ik heb geprobeerd ze voor te bereiden op het leven in een wereld vol van verandering. De wereld zoals we die denken te kennen bestaat eigenlijk al niet meer. Omdat de toekomst nog niet scherp zien en articuleren, klampen we vast aan een verouderd wereldbeeld. De wereld was maakbaar en geluk was te koop. Het streven naar maximale winst zorgde voor innovatie, vooruitgang en werkgelegenheid. Het systeem werkte perfect. De belangrijkste drivers van deze ongelimiteerde groei waren de ogenschijnlijk onuitputtelijke voorraden van onze planeet. De groei van de afgelopen decennia kwam tot stand dankzij goedkope energie, goedkope grondstoffen, goedkoop krediet en goedkope productie als gevolg van technologische innovatie en arbeid uit lagelonenlanden. De grenzen van die groei zijn bereikt. Ons financieel-economische systeem heeft zijn uiterste houdbaarheidsdatum bereikt. We leven in een maatschappij in verwarring, losgeraakt van onze wortels en het besef verloren van wat de wereld bij elkaar houdt en samensmeedt tot een zinvol geheel. De wereld van morgen vraagt om mensen die van binnen naar buiten leven in hun voelen, denken en handelen. Zij komen tot creatievere, onconventionele oplossingen en nieuwe denkrichtingen. In een wereld die er fundamenteel anders uit gaat zien, waar 9 miljard mensen in co-existentie met elkaar moeten leven. Daarom doen ik en mijn partners in onze lezingen, colleges, aanpak, een appèl op mensen die weten wat ze kunnen, die de roep van deze tijd verstaan en in staat zijn en het lef hebben om hun verantwoordelijkheid te nemen. We weten dondersgoed hoe het zit. We weten wat er nodig is om een eerlijke, duurzame wereld te creëren en we hebben de kennis en de mogelijkheden daarvoor in huis.